In de zomer van 1984 ben ik besmet geraakt met het astrovirus. Er stond elke avond een heldere ster aan de hemel en ik was nieuwsgierig wat dat was. Dit was vóór de tijd van internet, computers en alles wat het leven nu zo gemakkelijk maakt. Het antwoord vond ik in de bibliotheek: het bleek Jupiter te zijn. Kort daarna kocht ik mijn eerste telescoopje, puur om te kijken. Zelfs de komeet van Halley kwam in beeld als een grijs vlekje. Fotograferen met het kleine kijkertje heb ik wel geprobeerd, maar dit mislukte keer op keer omdat alles handmatig moest gebeuren zoals scherpstellen en volgen op de beweging van de sterren. Vaak was de trilling van de sluiter van de camera al voldoende om de opname te verpesten.
In mijn studententijd raakte de hobby op de achtergrond totdat ik eind jaren 90 weer interesse kreeg en het internet afstruinde om te kijken wat er veranderd was in al die jaren. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Film was vervangen door een sensor, de bekende draadontspanner van de camera door een USB-kabel en volgen op de beweging van de sterren met de hand werd gedaan door een guider camera. De computer had ook daar zijn intrede gemaakt, en hoe! Alles kon geautomatiseerd worden. Dat beloofde wat!
Na de aanschaf van de nodige spullen begon ik langzaamaan de fijne kneepjes van de astrofotografie te kennen. Het enige nadeel was het naar buiten sjouwen van de hele handel, het opzetten, aansluiten en afstellen ervan om een uurtje later alles weer af te kunnen breken omdat het bewolkt werd. Om die reden kwam er in 2013 in de achtertuin een sterrenwacht met een afrolbaar dak met een vaste opstelling van mijn telescoop. Ik kon nu elke heldere nacht fotograferen zonder alles opnieuw op te moeten bouwen. En dat is precies wat ik elke heldere nacht met veel plezier doe.
In het dagelijkse leven ben ik grafisch ondernemer en heb daarom veel te maken met beeldbewerking. De kennis die ik vanuit mijn vak heb komt goed van pas bij deze hobby, maar andersom is dat ook het geval.

Hoe komt zo’n foto nu uiteindelijk tot stand? Omdat de objecten die ik fotografeer erg zwak zijn moet er lang belicht worden. Belichtingstijden tot 10 minuten zijn eerder regel dan uitzondering. Daarnaast hebben telescopen een hoog lichtverzamelend vermogen. Maar zelfs na 10 minuten belichten is het object nauwelijks zichtbaar op de foto. Om dit op te lossen zou je de belichting van de foto kunstmatig kunnen verhogen. Probleem is dan dat je niet alleen het object beter zichtbaar maakt, maar ook de ruis die in de foto zit. Om dit tegen te gaan worden er van hetzelfde object veel opnames gemaakt die na afloop samen worden gevoegd. De ruis in de foto’s is willekeurig verdeeld en wordt door dit samenvoegen -in vaktermen heet dat “stacken”- uitgemiddeld. Zo kan het gebeuren dat er in één eindresultaat een flink aantal uren belichting gaat zitten. Daarnaast is de camera gekoeld tot meer dan 25 graden onder de omgevingstemperatuur om de ruis te onderdrukken.
Wie denkt dat ik hele nachten wakker blijf tijdens het fotograferen heeft het mis. De baas ligt lekker te pitten en alles wat er voor het fotograferen nodig is wordt aangestuurd door een computer en software. Als ik weet wat ik wil gaan fotograferen hoef ik in de software alleen maar de naam in te voeren en wat andere gegevens. Het programma stuurt de telescoop richting het object, centreert deze in het beeld, stelt scherp en start de opgegeven belichtingen. Dit verloopt de rest van de nacht automatisch totdat de ingegeven eindtijd is bereikt.
Voor de bewerking van de gemaakte foto’s werk ik met een programma dat is toegespitst op deepsky: Pixinsight, speciaal bedoeld voor het verwerken van de gemaakte foto’s tot één eindresultaat (de "stack”) en het naderhand bewerken daarvan. Het programma heeft een hele steile leercurve, maar na de nodige jaren ervaring heb ik er aardig mijn weg in gevonden. Voor het eindresultaat wordt géén AI gebruikt (wat wel het geval is in onderstaande foto).
